Eindopdracht

Eindopdracht: analyseren van eigen toetsen

Wat verwachten we van leerlingen als resultaat van onze instructie, een les of een serie van lessen? Wat hebben we daarover vastgelegd in de doelstelling en de corresponderende toets? De doelstelling van een les kan bijvoorbeeld zijn: De leerling kan de invloed van het gedachtegoed van Pim Fortuyn uitleggen aan de hand van een aantal concrete voorbeelden uit de programma's van de huidige politieke partijen.

In deze doelstelling staan de onderdelen ‘gedachtegoed van Pim Fortuyn' en de 'programma's van de huidige politieke partijen' en het werkwoord 'beargumenteren''. De zelfstandige naamwoorden geven vakkennis aan; het werkwoord geeft aan wat er moet gebeuren, wat de leerling moet doen met deze vakinhoud. In dit geval moet de leerling de gevraagde vakinhoud uitleggen: daarvoor moet deze kennis uit het geheugen worden opgehaald.

Resultaten van instructie (neergelegd in doelstellingen en toetsvragen) bestaan dus uit:

  1. één of meer zelfstandige naamwoorden, die (vak)inhoud aangeven;
  2. één werkwoord (ook genoemd handelingswerkwoord) dat aangeeft wat er gedaan moet worden met die inhoud.

Deze twee aspecten geven verschillende dimensies aan. Het zelfstandig naamwoord geeft de soort kennis aan, de kennisdimensie, en het werkwoord het cognitieve proces, de cognitieve procesdimensie.

Eindopdracht
Opdracht
Neem nu eens een willekeurige schriftelijk toets die u recent heeft gebruikt en bespreek deze samen met een collega. Ga uit van de volgende vragen: